LOVING TOUCH - muziek van Deuter...slechts getoond voor de muziek en niet om de teksten !
Bibob maakt kennis met de magische kleine Prins...een kindwezentje dat leeft in de wereld van het hart. Samen met de kleine Prins beleeft hij zijn avonturen mee, opgetekend door de franse piloot/schrijver Antoine de Saint-Exupéry.
Het verhaal begint als de schrijver door panne aan zijn vliegtuigmotor belandt in de Sahara-woestijn Hij gaat aan de slag om zijn motor te repareren en heeft nog voor 8 dagen drinkwater bij zich... Hij voelt zich eenzamer dan een schipbreukeling op een vlot midden op de oceaan. Hij is dus verrast als bij het aanbreken van de dag, een grappig klein stemmetje hem wekt... "Toe---teken eens 'n schaap voor me". Een uitzonderlijk klein kereltje staat voor hem, dat hem ernstig aankijkt. Eigenlijk begint het verhaal al eerder, als Saint-Exupéry vertelt, dat hij ooit op zijn 6e jaar na het lezen van een boek over een oerwoud "Ware Verhalen", een Boa Constrictor tracht te tekenen, die een olifant heeft ingeslikt. Ziehier de Boa Constrictor...
En zo ontvouwt zich een sprookjesachtig verhaal, waarin werkelijkheid en fictie in elkaar overlopen en niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. De kern van het sprookje van de kleine Prins kan waarschijnlijk het mooist samengevat worden in de volgende woorden van de vos, die dolgraag vriendjes wil worden met de kleine Prins... Als dank voor zijn vriendschap onthult de vos zijn geheim aan de Prins. --Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.--
Alvorens verder te gaan met het verhaal wil Bibob toevoegen dat alle tekeningen van de kleine Prins zoals opgetekend in het boek gemaakt zijn door de piloot/schrijver Saint-Exupéry zelf. Ere..wie ere toekomt !
De kleine prins woont op zijn planeet, niet veel groter dan een huis. --Waar kom je vandaan , klein kereltje ? En waarheen is je "thuis"?-- De schrijver denkt dat hij woont op de astéroide B 612. De kleine Prins heeft er 3 vulkanen waarvan één uitgedooft, een apenbroodboom en een roos, die hij met veel zorgzaamheid en liefde onderhoudt. Bibob kijkt oplettend toe in de hoop dat hij de kleine Prins mag helpen...
Zie hier de roos en de apenbroodboom (een Baobab) ! De kleine Prins raakt in gesprek met de gestrande piloot... Nadat hij voor de Prins een schaap heeft getekend, maakt hij er een kistje voor het schaap bij... --Weet je wat mooi uitkomt ? Met die kist die je me gegeven hebt, heeft het schaap meteen een huisje voor de nacht.-- De kleine prins heeft veel vragen, terwijl de piloot de gegevens over de herkomst van de kleine Prins mondjesmaat krijgt toegediend ! Al gauw vermoedt hij...dat de kleine Prins zich alleen voelt en om die reden zijn planeet, zijn roos en de vulkanen achtergelaten heeft om in de wereld afleiding te vinden voor zijn eenzame bestaan .
--Voor zijn vertrek maakte hij die ochtend zijn planeet keurig in orde. Ik denk dat hij ontsnapte met een groep wilde trekvogels.-- --Vaarwel, zei hij tegen de bloem. Maar ze antwoordde niet.-- De roos wordt uiteindelijk kriebelig, want de kleine Prins blijft maar rondhangen. Hij moest gaan van haar...ga dan ook. Want ze wilde niet dat hij haar zag huilen. Ze was een erg trotse bloem. Uiteindelijk bezoekt de kleine Prins 6 asteroïden en ontmoet achtereenvolgens een koning in purper en hermelijn gekleed, die in iedereen een onderdaan ziet die zijn planeet bezoekt (en dat zijn er niet veel!), een ijdeltuit die alleen maar bewonderd wil worden...om erkenning te krijgen.
--De kleine Prins blijft zich verbazen wat hij in de wereld aantreft.De grote mensen zijn toch wel verwonderlijk, zei hij tegen zichzelf, onder de reis.-- Dan ontmoet hij een dronkaard die drinkt om te vergeten, een zakenman die het druk heeft met tellen van zijn bezit en eigenlijk geen tijd heeft voor het kleine nieuwsgierige ventje. De 5e planeet is heel bijzonder en ontmoet hij een lantaarnopsteker. De planeet is zo klein, dat er maar net genoeg ruimte is voor de lantaarn en de lantaarnopsteker. Dag en nacht wisselen elkaar zo snel af, dat de lantaarnopsteker steeds bezig is (volgens voorschrift) de lantaarn aan te steken om meteen daarna de lantaarn weer te doven. --'t Is een verschrikkelijk beroep.--
Op de 6e planeet vindt de kleine Prins een oude meneer die dikke boeken schrijft. --Wat is dit voor dik boek ? zei het prinsje, en wat doet U hier ? --Ik ben aardrijkskundige, zei de oude Meneer. --Wat is dat ? --Dat is een geleerde, die weet waar de zeeën zijn en de steden, de bergen en de woestijnen. De kleine Prins komt er al gauw achter, dat de oude meneer niet echt interesse toont in de planeet van het Prinsje...niet belangrijk genoeg om te vermelden in zijn dikke boeken! De kleine Prins voelt voor het eerst, na zijn vertrek, spijt opkomen dat hij zijn roos onbeschermd heeft achtergelaten en voelt verdriet opkomen. Maar de aardrijkskundige raadt hem aan de planeet "AARDE" te bezoeken. De laatste heeft een goede reputatie !
Eenmaal op de planeet Aarde aangekomen verbaast de kleine Prins zich...hij ziet niemand. Gelukkig is Bibob meegekomen en samen zien zij op het zand iets bewegen, een maankleurige kronkel. --Goedenacht, zei de slang.-- Zij zijn in de woestijn aangekomen, waar geen mensen wonen.
--Wat kom je hier doen, vraagt de slang ? --Ik heb moeilijkheden met een bloem, zei het prinsje. --O, zei de slang. En toen zwegen ze. --Waar zijn de mensen ? vroeg de kleine Prins eindelijk. Het is wel een beetje eenzaam in de woestijn. --Bij de mensen ben je ook eenzaam, zei de slang. De kleine Prins keek hem eens lang aan: --Je bent een raar beest, zei hij tenslotte, zo dun als mijn vinger... De kleine Prins klom bovenop een hoge berg, waar hij slechts de echo vindt van zijn eigen groet aan de bergen. En alweer moet de kleine Prins denken aan zijn eigen bloem, die altijd als eerste tegen hem sprak. Hij loopt verder door het zand, de rotsen, de sneeuw en ontdekt een weg. Een weg die hem voert naar mensen, rozen en een vos.
Hij ziet in een tuin zoveel rozen...wel vijfduizend precies gelijkend op zijn eigen roos. En alweer voelt de kleine Prins verdriet in hem opkomen als hij denkt aan zijn eigen onbeschermde roos. --En toen dacht hij nog: "Ik vond mijzelf nog wel zo rijk met die ene bloem, en het is maar een doodgewone roos. Die roos en mijn drie vulkanen die niet hoger reiken dan mijn knie en waarvan er één misschien voorgoed is uitgedoofd---met dat al ben ik toch niet zo'n geweldige prins...". En hij ging in het gras liggen en huilde.
Toen verscheen de vos. --Kom met me spelen, stelde het prinsje voor, ik ben zo verdrietig... Na elkaar begroet te hebben legt de vos de kleine Prins het één en ander uit. Hij vertelt de kleine Prins, dat hij nog tam is..."verbonden". --Verbonden ?... --Jazeker, zei de vos. Jij bent voor mij maar een klein jongetje als alle andere kleine jongetjes. En ik heb je niet nodig. Ik ben voor jou een vos als alle andere vossen. Maar als je me tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben. Dan ben je voor mij enig op de wereld en ben ik voor jou enig op de wereld... --Ik begin het te begrijen, zei de kleine Prins. Er is een bloem....die mij geloof ik tam heeft gemaakt... De vos is een wijze vos en vertelt veel aan de kleine Prins, en vraagt hem morgen om vier uur s'middags te komen... --dan begin ik om 3 uur al gelukkig te worden.
En dus maakt de kleine Prins de vos tam. En moet de vos huilen bij het vertrek van de kleine Prins. Hij ging naar de rozen om afscheid te nemen, maar voor de kleine Prins zijn de rozen "leeg", ik zie verschil tussen mijn eigen roos en jullie. Ik heb haar verzorgd. Zij behoort bij mij.
--Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien.Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.-- En de kleine Prins herhaalde alles wat de vos tegen hem zei, om alles beter te onthouden. --Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk. Dat is een waarheid, die de mensen vergeten hebben, zei de vos-- En zo neemt de kleine prins afscheid van de vos, de wisselwachter die de treinen regelt van mensen die in verschillende richtingen elkaar voorbij zoeven. En ook van de Koopman...Op de 8ste dag is de drinkvoorraad van schrijver bijna op en gaan zij gezamelijk op zoek naar een bron in de woestijn.
Zij lopen beiden door de woestijn, zonder water zullen zij sterven. Uren lopen zij, de nacht valt en sterren beginnen te schijnen. De kleine Prins is moe... --Heb jij dan ook dorst ? vraag ik hem.-- Hij zei alleen maar... --Water kan ook goed zijn voor het hart.-- Zij zitten samen en begrijpen plotseling de schoonheid van de woestijn, het zand en de put, die ergens verborgen ligt. --Ja, zei ik tegen het prinsje, of het nu een huis is, sterren of woestijn hun werkelijke schoonheid is onzichtbaar. -- Wat ik zie is maar een omhulsel. Het belangrijkste is onzichtbaar... Zo ontdekten zij de put bij het aanbreken van de dag.
Het water wordt naar boven getrokken in een emmer, waarbij de geluiden van de katrol tastbaar klinken in de stilte. De kleine Prins drinkt ervan en zijn hart bloeit weer op. De schrijver en het kleine ventje praten over wat hen is overkomen, nu 8 dagen geleden, het kan geen toeval zijn, dat zij elkaar ontmoet hebben De kleine Prins wil dat de piloot terug gaat naar zijn motor. Het prinsje wil alleen achter blijven. Ontmoet mij morgen weer hier. Maar de piloot is niet gerust...
De piloot keert de volgende avond volgens afspraak terug en vindt de kleine Prins in een geheimzinnig gesprek met de slang... De angst slaat de piloot om het hart, want de kleine Prins zit op het muurtje naast de put en de kop van de giftige slang is hoog opgeheven naar het Prinsje. --Ik was juist op tijd bij de muur om mijn kleine kereltje in mijn armen op te vangen, doodsbleek. --Wat is dat nu ! Praat je nu met slangen ?
Hij keek me ernstig aan en sloeg de armen om mijn hals. --Ik ben blij dat je gevonden hebt wat er aan je machine mankeerde. Nu kun je naar huis... --Hoe weet je dat ?-- --Ik ga vandaag ook naar huis, dat is veel verder en moeilijker. De piloot sloot de kleine prins vast in zijn armen als een klein kindje en toch was het alsof hij loodrecht weggleed in een afgrond zonder dat de piloot er iets aan kon doen.
De blik van de kleine prins was ernstig, op de verte gericht. Hij glimlachte verdrietig. Maar hij lachte zachtjes. --Ik begreep dat ik de gedachte niet kon verdragen die lach nooit meer te zullen horen. --Kereltje, zei ik... is het niet alles een boze droom, je afspraak met de slang en die ster... Hij lachte weer...alle sterren zullen je vrienden zijn en ik zal je ook nog iets geven. Mij te kunnen horen lachen, is mijn kado aan jou.-- Maar vannacht wil de kleine Pins alleen blijven, maar de piloot weigert..ik blijf bij je, ik vertrouw die slang niet. Die nacht merkt de piloot niet dat de kleine Prins hem ontsnapt. Maar het lukt hem het broze ventje in te halen. Het prinsje neemt zijn hand in de zijne en zegt toch nog. --Je hebt ongelijk. Je krijgt verdriet. Het zal lijken of ik dood ben en dat is niet zo...begrijp je het niet. Het is te ver. Ik kan dit lichaam niet meenemen. Het is veel te zwaar.
--Zo...dat is alles. Even was er een gele flits bij zijn enkel. Hij gilde niet, maar viel langzaam neer, als een boom. Er was zelfs geen geluid te horen, door het zand.
Dit blog wil ik opdragen aan een ieder die een dierbare heeft verloren of gaat verliezen...aan mensen die verdrietig zijn. Er is hoop de kleine Prins te kunnen horen als hij lacht. Miljoenen sterren tinkelen door zijn lach, er is meer dan het hart wil laten zien...of horen.
Bibob beleeft heel wat elke dag...
van wandelingen tot rennen op een strand,
maar ook lekker luieren en bedelen om een hapje!
Het liefst ontmoet hij zijn vriendjes.